De wereld in woorden: over taal en afasie
Wat je leest en vooral hoe je iets interpreteert, heeft alles te maken met hoe je je op dat moment voelt. De verwerking van woorden en hun context, zoals lichaamstaal, wordt bepaald door je emoties. Oftewel, enerzijds wordt de boodschap zoals die wordt uitgezonden beïnvloed door omgevingsfactoren, anderzijds zijn de emoties van de ontvanger van invloed op de manier waarop het bericht binnenkomt.
Op één dag krijg je via diverse zenders (krant, internet, de radio, je collega’s en familie) vele berichten binnen in de vorm van taal. Ook als je niet zo talig bent, ontkom je hier niet aan. Mensen hebben tussen de veertig- en zestigduizend woorden in hun hoofd opgeslagen. Deze helpen je om ook ‘nieuwe’ woorden en boodschappen te kunnen begrijpen.
Prof. dr. Peter Hagoort (hoogleraar cognitieve wetenschappen aan de Radboud Universiteit Nijmegen en directeur van het Max Planck Instituut) deed onderzoek naar mensen met afasie. Bij afasie, wat ontstaat door bijvoorbeeld een herseninfarct, kunnen mensen moeilijker op woorden komen of een zin correct formuleren. Met zijn onderzoek, waarin hij besluit hoe belangrijk taal is in het dagelijkse leven, toonde hij aan dat ook mensen met een hersenbeschadiging manieren kunnen vinden om zich toch via taal te kunnen uiten. Je hebt bijvoorbeeld maar een beperkt aantal grammaticale procedures nodig om hier een zin van te brouwen. Dankzij verschillende hersenscans, zoals de EEG en fMRI, kreeg Hagoort een beter beeld van het taalverwerkingsproces in de hersenen.
Hagoort kwam tot de conclusie dat taal nauw verbonden is aan andere cognitieve vermogens. Een boek of film ervaar je anders als je in een bepaalde gemoedstoestand bent. Ook een geur kan van invloed zijn op wat je leest. Hij bedacht dan ook een theorie die het taalvermogen voorstelt: ‘Memory, Unification and Control’. Met je geheugen onthoud je de betekenis, klanken en de grammaticale eigenschappen van losse woorden. Tijdens de unificatiefase worden losse woorden tot betekenisvolle zinnen gesmeed. Tot slot is er de ‘controle’, waarin het taalvermogen aan andere cognitieve vermogens wordt gekoppeld. Zo weet je in een gesprek bijvoorbeeld wanneer je in plaats van te luisteren ook iets moet zeggen.
Taal vangt de wereld in woorden, maar wordt dus sterk beïnvloed door de overige cognitieve vermogens.
Bron: ‘Taal beïnvloedt zelfs wat je ruikt’ in Geestdrift. Wat cognitiewetenschappers bezielt (NWO)
Date: 10/10/2011